Welke suiker gebruik je waarvoor?
Suiker maakt een baksel niet alleen zoet, maar bepaalt ook hoe vochtig, bruin en knapperig het wordt. Fijne suiker lost op in beslag, grove suiker blijft als korrel zichtbaar en stroop houdt gebak zacht. Welke suiker je kiest, hangt dus af van het resultaat dat je zoekt.
| Suiker | Eigenschap | Gebruik |
|---|---|---|
| Kristalsuiker Grof | Grote korrels die niet helemaal smelten | Bestrooien en afwerken |
| Basterdsuiker | Fijn en vochtig door suikerstroop | Koek, cake, speculaas |
| Poedersuiker | Poederfijn, lost direct op | Glazuur, slagroom, bestuiven |
| Parelsuiker | Harde korrels die heel blijven | Suikerbrood, Luikse wafels |
| Druivensuiker, glucosestroop, glucosepoeder | Minder zoet, gaan kristallisatie tegen | IJs, fondant, snoep, gistdeeg |
Poedersuiker is ook de basis voor een eenvoudig glazuur met water of citroensap. Wil je een glanzende chocoladelaag, kijk dan bij chocoladeglazuur. Kaneel Suiker en Fijne Kaneel Suiker zijn kant-en-klare mengsels; wil je zelf mengen, dan vind je kaneel bij de kruiden en specerijen.
Parelsuiker P1 tot P5
Parelsuiker is een Belgische suikersoort van harde, witte korrels die in de oven niet volledig smelten. Daardoor houd je knapperige suikerstukjes in en op je baksel. Het getal achter de P geeft de korrelgrootte aan: P1 is het fijnst, P5 het grofst.
- P1 en P2: fijn, om te strooien op soesjes, koekjes en krentenbollen.
- P3: middelgroot, voor suikerbrood met kleinere brokjes en als decoratie op zoete broodjes.
- P4 en P5: grof, voor Fries suikerbrood en Luikse wafels, waar de korrels in het deeg blijven en karamelliseren.
Voor Luikse wafels is Parelsuiker P4 een gangbare keuze: de korrels zijn groot genoeg om heel te blijven en karamelliseren aan de buitenkant in het wafelijzer. Bijpassende mixen vind je bij wafels en pannenkoeken.
Basterdsuiker: wit, geel en bruin
Basterdsuiker is fijne kristalsuiker met een beetje suikerstroop, waardoor hij vochtig en smeuïg is. Gebak blijft er langer zacht door en krijgt een lichte karamelsmaak. Dat verschil met gewone kristalsuiker proef je vooral in koek, cake en speculaas.
De witte variant is het lichtst en verkleurt je baksel niet. De gele zit in kleur en smaak tussen wit en bruin in. De bruine bevat ook karamel, heeft de volste smaak en heet in België cassonade. Onze molenaar heeft de suikers zo gekozen dat je voor elk recept de juiste korrel en kleur vindt.

















