Smeltchocolade of gewone chocolade?
Smeltchocolade, ook couverture genoemd, is chocolade met meer cacaoboter dan een gewone reep. Daardoor vloeit hij dunner, laat hij zich tempereren en krijgt hij na het uitharden glans en een knappend breukvlak. Gewone chocolade wordt bij het smelten sneller dik en dof, en is minder geschikt om mee te dopen of te bekleden.
Callebaut levert zijn couverture in druppels, ook wel callets genoemd. De Smelt Chocolade Puur 811 heeft minimaal 54,5% cacao, de melkchocolade 823 minimaal 33,6% en de witte W2 minimaal 28%. Voor een glanzende laag zonder tempereren gebruik je chocoladeglazuur. Ruby en gold smeltchocolade vind je bij brood- en taartdecoratie.
Chocolade smelten zonder dat het schift
Chocolade smelt je het makkelijkst in de magnetron op halve kracht, in stappen van 20 tot 30 seconden, met tussendoor roeren. Au bain-marie kan ook: zet een kom op een pan met zacht warm water, zonder dat de kom het water raakt.
Zorg vooral dat er geen water of stoom bij de chocolade komt. Een paar druppels maken gesmolten chocolade al korrelig en stug. Laat de chocolade ook niet te heet worden, want witte en melkchocolade verbranden sneller dan puur. Wil je tempereren, volg dan de temperaturen op de verpakking.
Bakvaste chocolade voor brood en koek
Bakvaste chocolade houdt in de oven zijn vorm en loopt niet uit, doordat er minder cacaoboter in zit. De druppels in maat XS zijn bedoeld voor kleine koekjes en muffins die kort in de oven gaan, maat L voor brownies, cookies en zoet brood waarin je grote stukken chocolade wilt proeven.
Voor chocoladebroodjes zijn de bakvaste chocolade sticks van 38 cm gemaakt: je rolt ze in een lange plak deeg en snijdt de broodjes daarna op maat. Hoe je ze stap voor stap maakt, lees je in het recept voor chocoladebroodjes. Cacaopoeder met 22 tot 24% vet en cacaonibs maken het assortiment compleet, geselecteerd door onze molenaar naast het meel en de broodmixen uit de molen.









