Gedroogd fruit in brood en gebak
Gedroogd fruit is fruit waaruit het meeste vocht is verdampt, waardoor smaak en zoetheid geconcentreerd zijn. In brood en gebak geeft het zoete, fruitige stukjes en een vochtige kruim. Omdat gedroogd fruit zelf vocht opneemt, week je het voor brood meestal eerst en meng je het pas aan het eind van het kneden door het deeg.
Week het fruit 30 minuten in warm water, thee of sap en laat het goed uitlekken. Kneed het pas in de laatste minuut door het deeg, anders scheurt het en kleurt het deeg grauw. Dat geldt voor abrikozen net zo goed als voor krenten en rozijnen in een krentenbrood. In cake hoeft fruit meestal niet geweekt te worden.
Gedroogde abrikozen heel of in stukjes
Gedroogde abrikozen in stukjes gebruik je direct in cake, muesli, granola en notenbrood, zonder zelf te snijden. Hele gedroogde abrikozen kies je als je de grootte zelf wilt bepalen, of voor stol en panettone waarin je grote stukken wilt zien. Combineer ze met hazelnoten of amandelen uit noten voor een vruchten-notenbrood.
Citroenrasp is gedroogde citroenschil. Een klein beetje door beslag of deeg geeft frisheid aan cake, koek en oliebollen. Bewaar gedroogd fruit en citroenrasp droog en goed afgesloten.






















